Leden krijgen toegang tot extra informatie. Leden kunnen ook deelnemen aan het Forum Totaal hits:
Hieronder kunt u inloggen met een Gebruikersnaam en Wachtwoord of een account aanmaken. Aantal bezoekers
 
Oculeren

Fruitplanten vermeerdering door oculeren

Wat is er nodig om te oculeren ?

  • Entmateriaal: een goed gegroeide éénjarige tak.
  • Een bewortelde onderstam reeds in de groei is
  • Een labeltje om je resultaat te markeren met een watervaste stift
  • Een snoeischaar
  • Een vlijmscherp entmes
  • Bindmateriaal doorzichtige plastic repels (ribonstrip) of flexiband

Flexiband is een 0,6 cm brede en 16 - 18 cm lange, grijs-blauwe, elastische rubber, die na enkele weken uiteen valt onder invloed van het zonlicht, UV-stralen.

Oculeren of schildgriffelen is een vermeerderingsmethode voor houtachtige planten. Het is een vrij eenvoudige vorm van enten. Bij het oculeren plaatst men een knop (het oog of schildje vandaar de naam oculeren)  onder de bast van een onderstam. In het volgend jaar gaat de knop uitlopen en groeit uit tot een tak van het gewenste ras.
De onderstam wordt T-vormig aangesneden en er wordt een schildje ingeschoven, tegen het cambium, en toegebonden. Voorkom mislukking: laat het oculatiehout niet uitdrogen, werk op actief groeiende onderstammen, werk schoon en snij de overtollige schors af voor het toebinden
.


Tijdstip oculeren:

Men oculeert hoofdzakelijk vanaf 1/2 juli tot begin (half) september. In deze periode is de cambiumactiviteit het hoogste. Dit is van belang voor de vergroeiing van het oog met de onderstam. Een eerste voorwaarde is dat de schors nog goed loskomt van de onderstam, d.w.z. dat het cambium nog gezwollen en actief is. Het cambium is een deelweefsel onder de schors. Er kan alleen met succes bij droog weer worden geoculeerd.
Een periode van warm en zonnig weer is gunstig voor het goed lukken van de oculaties.

Niet alle gewassen worden op eenzelfde tijdstip geoculeerd.

Juli –augustus   
Pruim  en  perzik
Juli           
Zoete kers
Augustus Appel, peer en kweepeer


Enthout voor het oculeren:

Het oculatiehout moet van rasechte, gezonde en goed groeiende moederplanten worden gesneden. Indien mogelijk, moet het hout genomen worden van virusvrije moederplanten.
Men gebruikt eenjarige scheuten, die goed belicht zijn door de zon. Bloemknoppen zijn meestal ongeschikt voor oculaties.
Het knippen van de oculatiescheuten kun je het beste laat op de avond uitvoeren. Het heeft als voordeel dat de scheuten dan zijn volgezogen met vocht van de afgelopen dag.
Onmiddellijk na het knippen van de oculatiescheuten, moet men de bladschijven verwijderen om de verdamping grotendeels stil te leggen. Men laat de bladsteel zitten en wel om twee redenen. Het oculatieschildje is dan makkelijker vast te houden. En als de oculatie gelukt is zal na enkele weken dit bladsteeltje afvallen.
Men kan de oculatiescheuten enkele uren of enkele dagen in een natte doek bewaren. In de koelcel kan men oculeerhout enkele dagen tot enkele weken bewaren bij ongeveer + 10° C.
Om de oculaties vlot te kunnen snijden moet men zorgen voor een vlijmscherp en schoon mes. Sommige  personen snijden eerst de oculatie en daarna de "T" in de onderstam. Voor beginnelingen is het beter van eerst de "T" te snijden in de onderstam.



Voorbereiding van de onderstammen:

De fruitboomonderstammen voor het oculeren opsleunen. Opsleunen of opsnoeien betekent de onderste zijtakjes wegsnoeien.
Bij onvoldoende groei van de onderstammen moet deze aangewakkerd worden door vooraf snelwerkende stikstofmeststoffen te geven maar niet te veel. Indien de groeistilstand te wijten is aan droogte dan moet men water geven of op regen wachten.


Aansnijden onderstam:
Bij de opgesleunde onderstam maakt men op een goed bereikbare effen en propere plaats een T-vormige insnijding (Een horizontale snede van ca 0,5 cm en een verticale snede van ca 2,5 cm). Het beste komt deze insnijding langs de windzijde (westen). Later is er dan minder kans op uitwaaien van de oculatie.
Als men met verschillende personen werkt dan is het beste om de insnijding langs dezelfde kant te maken.
De insnijding komt voor laagstam fruit- en sierbomen meestal op 15 (10) tot 20 cm boven de grond. Tussenstammen moeten op 40 cm vanaf de grond worden geoculeerd. Door te oculeren op de wortelhals voorkomt men dat er later teveel grondscheuten komen. Met het spateltje aan het mes of met de snede van het mes, kan men vlot de schorslippen van de "T" losmaken.

 

Snijden van het schildgriffel:
De oculatiescheut waarvan de schildjes moeten gesneden worden, wordt eerst ontbladerd. Soms laat men hierbij de bladstelen staan.
Verwijder de top van de oculatiescheut, want deze is te kruidachtig en de ogen zijn niet goed ontwikkeld. De beste bladknoppen van een goed ontwikkelde scheut zitten in het middendeel.
Het ontbladeren en aansnijden van de oculatie gaat het gemakkelijkste als de scheut omgekeerd wordt vastgehouden.
Meestal neemt men de oculatiescheut omgekeerd vast in de linkerhand. Men snijdt dan onderaan de twijg een schorsreepje af van ongeveer 3 cm lang, voorzien van een goed ontwikkelde bladknop (oogje). Vandaar de naam schildgriffel. Het knopje staat ca in het midden van het schildje.

Dit schorsreepje moet over de gehele lengte de cambiumlaag vrij hebben. Het mag slechts weinig of geen hout bevatten. Men bekomt dit laatste door het schildje zeer dun te snijden ofwel door het schildje iets dikker te snijden en dan het hout eruit te pellen (zgn. zwaluwstaartje).


Snijden van het oculatieschildje:

  1. Niet voldoende diep aangesneden
  2. Te diep aangesneden. Het hout (rechts) is niet of moeilijk te verwijderen.
  3. Gepast aangesneden oculatie. Het hout is gemakkelijk te verwijderen en heeft onderaan een V-vormig uitzicht.

 

Plaatsen oculatieschildje op de onderstam:
Schuif het schildje met knop in de T-vormige wonde. Met het mes of met de vinger kan het schildje zoveel mogelijk naar beneden geschoven worden. Snij vervolgens bovenaan de overtollige schors van het schildje af. De schors van het schildje mag niet hoger dan het bovenste van de "T" komen. Let op dat het schildje niet op de grond valt, want dan worden de snijwonden vuil.




Aanbinden van de oculatie:
Toebinden van de oculatie met felxiband, zodat het schildje goed aansluit op de onderstam. Zorg dat er geen snijwonden meer zichtbaar zijn en dat alles waterdicht afgesloten is.
Heeft men geen bladsteeltje dan gebruikt men het (bovenste) uiteinde van de schors om het schildje op zijn plaats te zetten. Men let erop dat het oogje steeds naar boven zit. Men bindt zodanig aan dat het oogje goed aansluit op de onderstam en het oogje wordt vrijgelaten.

 

Nazorg:
Na drie tot vier weken kan men zien of de oculatie gelukt is. De enting is gelukt als de bladsteel bij aanraking afvalt (en geel van kleur is). Blijft het steeltje stevig zitten dan is de oculatie mislukt. Men kan dit ook controleren aan de schors van het schildje dat nog mooi groen is.
Indien raffia gebruikt werd voor het toebinden, dan moet deze na 14 dagen losgesneden worden, zodat insnoeren voorkomen wordt. Bij het gebruik van andere materialen is dat doorsnijden niet nodig. De rubberachtige flexiband komt van enkele weken of maanden vanzelf los.

Als de knop in het volgend voorjaar uitloopt, wordt de nieuwe loot verticaal aan het onderstammetje vastgebonden, zodat een mooi recht boompje ontstaat. Boven de bindplaats wordt het onderstammetje afgeknipt. Later wordt het overtollige stuk boven het jonge lot geheel weggeknipt.

.   


Voordelen van oculeren:
Men heeft slechts zeer weinig enthout of oculatiehout nodig. Per scheut kunnen alle goed ontwikkelde ogen, voornamelijk uit het middengedeelte van de scheut, worden gebruikt. Bij winterentingen heeft men meestal 2-3 knoppen nodig per enting.
Het slagingspercentage is vaak hoger dan bij enten. Winterentingen geven meestal een lager resultaat door tegenvallende weersomstandigheden.
Het werk kan zeer vlug gedaan worden. Een goed geoefend persoon kan er 100 (tot 200) per uur zetten. Het aanbinden wordt dan door een andere persoon gedaan.
Het oculeren is eenvoudiger en kan sneller uitgevoerd worden dan het enten.
Men heeft kleine wonden die snel toegroeien. Sommige wonden bij de winterentingen groeien zeer traag toe.
Men heeft geen entwas nodig en er wordt 's zomers geoculeerd onder gunstige weersomstandigheden.


Nadelen van oculeren:
Er kan alleen worden geoculeerd bij goed weer (droog weer).
Het oculatiehout moet de juiste rijpheid hebben.
De bast of schors moet goed loslaten van de onderstam.
De oculaties moeten met veel zorg worden dichtgebonden.
De onderstammen mogen niet te dik of te oud zijn en moeten goed groeien zodat de schors goed loskomt.


Oorzaken van mislukking bij het oculeren:

  • Onvoldoende verwantschap tussen oculatie en onderstam.
  • Het oculeerhout was te kruidachtig of uitgedroogd.
  • De onderstammen waren niet voldoende actief en de schors kwam moeilijk los.
  • Onvoldoende scherp mes.
  • Het schildje of oogje is te ondiep aangesneden. Er wordt te weinig cambium overgebracht, waardoor het vergroeien van het oog moeilijker verloopt.
  • Het oogje is te diep aangesneden. Door het vele hout in het oog is een goede aansluiting van het cambium met de onderstam moeilijk. Bij steenfruit moet het hout zeker verwijderd worden!
  • Het oogje aan de kant van de wonde teveel aangeraakt met de vingers.
  • De tijd tussen het snijden en het plaatsen was te lang.
  • Het oogje is op zijn kop gezet in de onderstam.
  • Vuil op de wonden van de cambiumlagen.
  • De overtollige schors van het schildje is niet (of onvoldoende) afgesneden na het inschuiven in de onderstam.
  • Onvoldoende zorg bij het aanbinden.
  • Regen gekregen tijdens het oculeren.
  • Het oculatiehout was niet vers genoeg.
  • Onderstammen zijn veel te dik en er werd op geen jong gedeelte geoculeerd.
  • Onderstammen stonden te dicht op elkaar, waardoor de belichting onvoldoende was.
  • Te vroeg op het seizoen geoculeerd.
  • Teveel regen gedurende een week na het oculeren.

Bron: Houtwal.be



 
Adverteren

Bezoekers

We hebben 93 gasten online