Leden krijgen toegang tot extra informatie. Leden kunnen ook deelnemen aan het Forum Totaal hits:
Hieronder kunt u inloggen met een Gebruikersnaam en Wachtwoord of een account aanmaken. Aantal bezoekers
 
Bemesting

Kalkgift

Organische mest

Compost

Kunstmest

Bemesting: Hoofdelementen

Water

Bladval

Gras

Hout-as

Valfruit

Wortelschimmels

Regenwormen

Snoeien is een belangrijke taak in de fruitteelt maar het is slechts een van de blankrijke taken. Een andere is de bemesting. Fruitbomen moeten produceren, ook in de 'hobbyboomgaard'. En het liefst lang houdbaar fruit voortbrengen. Dit vraagt om een eigen bemesting. Door gebrek aan voedingselementen wordt het afweermechanisme van de boom sterk verzwakt. Hierdoor kunnen schimmels gemakkelijk in de boom doordringen. Ook afstervende takken zijn erg bevattelijk voor ziekten, schimmels en plagen, waardoor de boom verder verzwakt. Als een kersenboom veel blad laat vallen is waarschijnlijk voedingsgebrek de oorzaak.

Een humusrijke ‘levendige’ en goed verzorgde grond (structuur) houdt het water goed vast. Van een humusrijke grond profiteert ook het bodemleven de bodemstructuur wordt erdoor verbetert, ook zullen de planten meer weerstand tegen ziektes opbouwen en is het bevorderlijk voor de groei. Humus is het zwartbruine product dat niet verward moet worden met verse organische stof. Hoe humusrijker de grond hoe beter het water wordt vastgehouden. De voedingsstoffen krijgen de tijd om op te lossen en kunnen door de plantenwortels worden opgenomen.
Op grond met goede voedingsstoffen groeien de brandnetel, ganzevoet, melde (luuzenmel / luizenmel), paardenbloem en vogelmier (uitstekend groenvoer voor vogels) goed.
Op scrale grond, grond zonder voedingsstoffen, groeit herderstasje, klaverzuring  en ooievaarsbek goed.
Op zure grond (lage PH) groeit de kleine zuring, klaverzuring hondskamille, en speenkruid goed dus kalk strooien.
Op kalkrijke grond groeit de akkermosterd, dovenetel, hoefblad, klaproos, en wolfsmelk goed.
Op vochtige tot natte bodem groeit de bospaardestaart, moerasdotterbloem en de zilverschoon goed.

Bij aanplant van een boomgaard mengt u fosfaat (beendermeel) door de grond. Dit stimuleert de hergroei van de boomwortels, die bij het rooien op de kwekerij veel te verduren hebben gehad.

Het voorjaar, februari - maart, is een geschikte periode om de fruitbomen te bemesten omdat de fruitbomen de meeste voedingsstoffen in het voorjaar, bij het uitlopen, de bloei en vruchtzetting nodig hebben. Doorgaans is het voldoende om per boom een kruiwagen vol verteerde stalmest (25 – 50 kg, grote oude bomen 75kg ) of compost (1m3 per 100m2) te geven in een cirkel in de omgeving van de kroonprojectie om de boom. Ruim om de stam doordat de haarwortels verder van de stam afliggen, zie de breedte van de kroon (Kroonprojectie). De mest of compost verteerd, waarbij fosfor, kali, stikstof en sporen elementen vrijkomen. Deze bouwstoffen zijn dan in de loop van het jaar volop beschikbaar voor de boom, waardoor die zich goed kan ontwikkelen en werkt de verteerde stalmest of compost op korte termijn als mulchlaag. Bij gebrek aan stalmest kun je ook kippenmest- of koemestkorrels gebruiken. Enkele kilogram per boom is voldoende. Strooi deze korrels rond februari. Gemaaid gras onder de fruitboom is geen probleem maar pas wel op voor muizen. Die vinden dit lekker warm vooral in de winter.
Na juli tot en met oktober de fruitbomen niet meer bemesten omdat ze dan te lang door gaan groeien en daardoor de twijgen niet voldoende afrijpen in de herfst voor de winter. Krijgen wij dan een strenge winter dan kunnen deze niet afgerijpte twijgen bevriezen.

In de boomgaard vier keer per jaar het grasmaaien, op vier centimeter hoogte, en laten liggen geeft ook een aanzienlijk verbetering van de grondstructuur.

Als de kroon te breed is geworden, door de leeftijd van de boom, kan men ook wel dieptebemesting toe passen. Daarvoor wordt rond de kroonprojectie op een onderlinge afstand van ongeveer 1 meter, met een grondboor, gaten geboord tot een diepte van 60cm. In deze gaten kun je een mengsel van compost en stalmest deponeren die langzaam vrijgegeven worden.

Houd in april tot juli de boomspiegel vrij door het verwijderen van begroeiing of door afdekking met mulch of compost over onkruid en gras. Doe dit de eerste 5 jaren, zodat de kruin flink kan groeien en de jonge boom zich tegen de groene concurrenten kan verzetten.


Kalkgift
Oktober / november, na het verwijderen van de gevallen bladeren, zijn de goede maanden voor een kalkgift. Het duurt ongeveer 3 maanden voor de voedingsstoffen de wortels van de planten bereiken. Hierdoor vormt de boom 'stevig' hout en wordt de (bewaar) kwaliteit van het fruit beter.
Door het onttrekken van voedsel door planten, door het spoelen van de grond als gevolg van regenval zijn enkele oorzaken waarom de grond verzuurt. Grond die regelmatig wordt voorzien van voldoende organisch materiaal (compost, mest) verzuren minder snel. Daarom moet er om de paar jaar een onderhoudsbekalking worden uitgevoerd. Bekalking is kalk strooien op een rustige dag en inharken. Strooi geen kalk tijdens het groeiseizoen. Veel kalken zijn iets te agressief voor de wortels

Voor organische meststoffen geldt dat ze nooit gelijktijdig met kalk gegeven mogen worden. Alle kalkverbindingen tasten humus aan, in minder of meerdere mate. Moeten we desondanks kalk geven, dan is magnesiakalkmengsel (of Dologram) de beste keuze. Deze meststof tast het minste de werking van humus aan.
Bovendien is het magnesiumgehalte voor veel gronden heel nuttig. Kalk heeft in de grond een ontzurende en structuurverbeterende werking en zal zo voor een beter microklimaat zorgen. Met kalk verhoog je het bacterieleven in de bodem en daar kweek je voedingsstoffen mee voor bijvoorbeeld de regenwormen. De meeste planten gebruiken bovendien ook een beetje kalk voor de opbouw van hun celwanden. Daarom mogen we kalk tot de voedingsstoffen rekenen.

Heeft men last van zuring in de boomgaard dan betekent dit dat de grond te zuur is. Het is niet nodig de zuring uit te steken. Strooi kalk in november / december, dan verdwijnt de zuring vanzelf weer. Hou er rekening mee dat kalk pas na 6 weken werkt.


Organische mest
Verhouding hoofdelementen: 0,6%N:0,1%P:0,5%K
Om het milieu te ontzien (geen kunstmest) kun je beter kiezen voor natuurlijke meststoffen. bv. stalmest (afkomstig van runderen, paarden, varkens, kippen vermengd met stro).
Organische mest is zeer waardevol voor de verbetering van de grond. Bovendien voegt deze mest nieuwe voedingstoffen toe. Deze bevatten voedingselementen in organisch gebonden vorm. Ze zijn als zodanig niet direct op te nemen voor de wortels, maar allerlei levende bodemorganismen maken ze daar geschikt voor. Het wortelgestel van de planten zal zich beter ontwikkelen om als het ware op zoek te gaan naar de voedingsstoffen.  Ze beïnvloeden het bodemleven in positieve zin en daarmee het humus gehalte van de grond.
Behalve de hoofdelementen bevatten ze bovendien spoorelementen en zijn dus zeer complete meststoffen. Ze werken veel lange door waardoor één gift per jaar voldoende is. Het late najaar of na de winter is hiervoor de beste tijd.
Het is verstandig om de stalmest eerst een jaar te laten liggen om de schadelijke ammoniak te laten verdampen.

In het voorjaar bloedmeel toevoegen kan de bladstand aanzienlijk verbeteren

Bladaarde kun je toepassen als vervanging voor stalmest.
Bladaarde, bladcompost of bladgrond zijn verteerde herfstbladeren van de bomen die vruchtbare grond maken. Vroeger was dit het materiaal om planten in op te potten. Maar vandaag de dag gaat men voor snel geld en worden de Europese hoogveenvelden afgegraven. Er is niets mis met bladaarde, alleen dat het wat lang duurt eer je het hebt. Maar het is makkelijk te maken.
Verzamel het, bij voorkeur natte, blad en stop het in vuilniszakken. Is het te droog ? Giet er wat water bij. Het helpt als je er wat stikstof door doet (mest of bloedmeel of wat groen materiaal als grasmaaisel), want verteren "vreet" stikstof. En wat gewone aarde. Bind de zakken dicht, zet ze ergens in de schaduw weg en wacht twee of drie jaar. Het blad van bomen verteert langzamer dan afvalmateriaal van planten dat op de composthoop terecht komt. Vandaar dat een aparte hoop - of vuilniszakken - handig is.
Als je een forse tuin hebt, kun je meerdere bladhopen maken, in plaats van vuilniszakken te gebruiken. Meng er dan ook wat stikstofrijk materiaal door en dek de hoop af met een laagje grond.

Compost
Verhouding hoofdelementen: 0,5%N:0,3%P:0,8%K
Om de grond in de tuin in een goede conditie te houden moet er elk jaar een laagje compost van 2.5 [cm] dik, opgebracht worden. Hark het eventueel licht in. Zo blijft de compost luchtig en de regenwormen zorgen in eerste instantie voor afbraak en vervoer naar de ondergrond. Dit aanbrengen kan geschieden in
de maanden februari - maart.
Compost zorgt ervoor dat de humusbalans hersteld wordt, de structuur van de grond verbeterd wordt en daarmee ook de waterhuishouding.
In compost zitten eigenlijk alle voedingsstoffen waaronder ook magnesium.
Humus is grond waar veel nog niet verteerde organische stof in zit. Het wordt gevormd door ontbinding van plantaardig en dierlijk materiaal in de grond. Compost is iets dergelijks, maar dan door de mens gemaakt. Het is geen kunstmest maar een bodemverbeteraar.

Het volkje dat het afval van tuin en keuken tot zwarte, korrelige compost maakt, bestaat uit miljoenen levende organismen als insecten duizendpoten, regenwormen, schimmels en bacteriën die en masse afkomen op dit composteringskarwei.
Compost kan in principe op elk moment van het jaar worden uitgestrooid. Het late najaar is vooral gunstig omdat de compost tijdens de wintermaanden ook nog een goede beschermlaag is.

Jarenplan: 
0e jaar: Compost opbouwen van planten afval al dan niet gehakseld. Ook poederkalk toevoegen.
1e jaar: Na het opbouwen in het voorjaar afdekken met zand.
2e jaar: Composthoop in het voorjaar overpakken (omzetten) naar een plek op het land. Afval aan de zijkant en de bovenkant moet in het hart van de hoop komen.
3e jaar: Composthoop op het land gebruiken voor op het land of in de tuin.

Heb je geen eigen compost dan is dit verkrijgbaar bij diverse zaken (oa Praxis) als “Bemeste Tuinaarde” Strooi dit uit in de maanden februari, maart en april

Houtas is een ook prima meststof. En kan een bijdrage leveren aan de mineraalvoorziening. Afhankelijk van de verbrande (onbehandelde) houtsoort bevat houtas veel kali (6 – 10%), is rijk aan Magnesium (5%) en kalk (30 – 35%). Daarnaast bevat het tal van spoorelementen. Gebruik niet meer dan 15 kg per 100 vierkantenmeter. Het beste moment van toediening is vroeg in het voorjaar samen met de compost gift.

Over organische mest en compost
De ene mest is de andere niet en een mesthoop verandert niet zomaar in compost. Ook als u een karretje mest in de buurt ophaalt, is het handig om de materie een beetje te kennen. Voor een direct effect gebruikt u verse mest, daarmee kunt u de bodem stevig aan het werk zetten. Compost is een rustige bemester, waarmee je eigenlijk geen fouten kunt maken, maar ook niet snel kunt scoren.
Mest bedoeld voor direct gebruik moet weinig stro bevatten en veel dierlijk materiaal. Mest voor de composthoop mag flink wat stro bevatten. Stro brengt lucht in de hoop, die de natuurlijke processen ten goede komt.
De rustige vriendelijk koe geeft mest die de bodem op een kalme manier voedt. De intelligente en levendige geit geeft heel andere mest. Deze verlevendigd de grond maar brengt oom onrust. Varkensmest verlevendigt de grond en maakt de bodem in het voorjaar wakker. Een kuub (kubieke meter) stalmest weegt ongeveer 0.8 ton.

Mest met een rottingsgeur, zwavelig als een slootbodem, heeft te nat gelegen. Deze mest kun je beter laten liggen: de rottingslucht duidt op gifstoffen. Komen er bij het opentrekken van de mest grijsblauwe plekken te voorschijn, dan heeft de, hoop te weinig zuurstof gehad. Dit hoeft geen reden te zijn om de mest te laten liggen. De plekken verdwijnen na het opnieuw opzetten van de hoop. Het geeft wel aan dat er verlies van met name stikstof heeft plaatsgevonden.

Mestfeiten en -fabels
Koemest is beter dan varkensmest.
Onjuist: Liever mooi verteerde varkensstromest dan stinkende runderdrijfmest.

Door uitsluitend met stalmest te bemesten ontstaat op een gegeven moment een mineralentekort.
Onjuist: Door mest van hobbydieren blijft de balans prima op peil.

Kunstmest gebruiken is kortetermijnpolitiek.
Juist: Kunstmest put de bodem uit doordat het alleen mineralen levert en geen humus.

Hoe ouder de mest, hoe beter.
Onjuist. Mest kan vergeleken worden met de mens. Jonge mest is springerig, actief maar niet altijd berekenbaar. Oude mest is
traag en weinig energiek. De mooiste mest zit daar ergens tussenin. De mest·moet in zijn verteringsenthousiasme de bodem mee
kunnen nemen.

Stromest, bijvoorbeeld van paarden, is beter dan mest met vlasvezels of houtkrullen.
Onjuist: Het voordeel van stro is echter dat het vlot verteert, verder is er geen verschil.


Kunstmest
Kunstmest wordt door mij niet toegepast maar toch hier even aangehaald.
Kunstmeststoffen zijn anorganische (minerale) meststoffen die meestal in gemengde vorm worden aangeboden (N+P+K). De anorganische zouten in kunstmest onderdrukken de activiteiten van de bacteriën en tasten het bodemleven aan.
Kunstmest brengt nog geen gram humus in de grond en verrijkt deze dan ook totaal niet. De grondstructuur gaat bij regelmatig gebruik zelfs achteruit. Ook voegt kunstmest niets toe aan noodzakelijke spoorelementen. Wanneer je teveel geeft bij ongunstig weersomstandigheden is er tenslotte nog het gevaar van verbranding. Wil je toch kunstmest geven dan is twee handjes per boom voldoende.

Kunstmest leidt er toe dat het organische stofgehalte van de grond sterk daalt. Cijfers: Boerengrond van 15% in 1950 naar 6% in 2004. De gevolgen zijn dat vele percelen zijn uitgeput en geen goede oogsten meer leveren.


Bemesting: Hoofdelementen
De drie hoofdelementen zijn stikstof (N), fosfaat (P) en kali (K), vaak samengevat als NPK Daarnaast spelen kalk, mineralen en bacteriën een belangrijke rol. Enige kennis over de werking van de verschillende elementen helpt om ze op de juiste manier toe te passen en zo een gezonde plantengroei te krijgen.

De stoffen die planten in vrij grote hoeveelheden nodig hebben zijn de hoofdelementen stikstof (N), fosfaat (P), kalium (K), calcium (Ca) en magnesium (Mg). Elk van deze voedingstoffen heeft een specifieke werking en invloed op de plant.
Naast deze hoofdelementen zijn er voor een gezonde plantengroei ook spoorelementen nodig, echter in zeer kleine hoeveelheden, zoals ijzer (Fe), zwavel (S), koper (Cu), zink, (Zn), aluminium (Al), chloor (Cl) en mangaan.

Stikstof  (N - Nitrogenium)
Stikstof bevordert de groei van stengels en bladeren en de vorming van bladgroen. Is dus bepalend voor de productie van groene massa.
Als de groei armoedig is en het blad van de plant is helemaal lichtgroen en het blad is aan de kleine kant dan duidt dat op stikstof gebrek. Oudere bladeren worden geel tot lichtbruin en verdrogen.
Bij teveel stikstof is de plant gevoeliger voor ziekten zoals vruchtboomkanker en bloeien minder daarbij treedt overdadige scheutgroei op maar verschijnen weinig vruchten en/of bloemen. Door het geven van oude stalmest en beendermeel krijgt men ook stikstof in de bodem. Brandnetels geven een indicatie van veel stikstof in de bodem. Klaver geeft aan dat er geen stikstof in de grond zit. Klaver vormt daar en tegen zelf stikstof.

Een extra stikstof gift, onder ander bij lichtgroene tot gele bladeren tijdens de zomer maanden, kan met NPK in de verhouding 12/10/18 of N-Extra. NPK en N-Extra zijn verkrijgbaar in 20 Kg zakken van ‘For Farmers’ bij de Welkoop.

N-Extra bevat: 15% N 7.5% Nitraatstikstof
7.5% Ammoniumstikstof
12.5% MgO Magnesium
22.5% SO3 Zwavel

Fosfaat / Fosfor (P - Phosphorus)
Fosfaat geeft een plant stevigheid, draagt bij aan goede wortelvorming en aan de rijping van zaden en vruchten.
Bij een tekort zal het wortelgestel zich niet goed ontwikkelen en zal de vruchtzetting te wensen overlaten.
Heeft het blad last van vaalgroene, later vaak rood-gele verkleuring (paarsverkleuring) die dan niet zelden bruin worden en verdrogen dan is dat te wijten aan fosfor gebrek. Een late bloei of scheuren van vruchten duidt vaak op een fosforgebrek.

Kalium / Kali (K)
Kalium regelt bij planten de waterhuishouding en de stofwisseling (opslag van voedingsstoffen), verzorgt de stevigheid van blad en stengels en stimuleert de groei van knoppen, maakt ze sterker en beter winterhard en verbeterd de weerstand tegen stresssituaties als vorst, extreme droogte, aantasting door schimmels en ziekten. Een gebrek aan kalium houdt planten klein, maakt ze gevoelig en ouder bladeren verkleuren vanaf de bladranden geelbruin, verdorren en vallen af. Kalium werkt ook op de houdbaarheid van vruchten en de smaak daarvan. De vorming van zetmeel en suiker heeft voldoende kalium nodig.

Bij licht Kaligebrek ziet men iets mindere groei en zijn de scheuten dun. De kleur van de bladeren is lichtgroen met een geelgroen randje.
Bij ernstig Kaligebrek groeien de eindscheuten niet meer en kunnen scheuten of hele takken afsterven. De kleur van de bladeren is lichtgroen en de randen worden bruin en bros.

Opdat de planten hun behoefte kunnen dekken moet, vroeg in het seizoen, rijkelijk met kali bemest worden. Bij voorkeur met kalimagnesium (patentkali is ook magnesium houdend). Op het land / groentetuin patentkali strooien is ook aan te bevelen. Een overmaat aan kali geeft zoutschade, maar ook matige groei en stipt, kurkstip

Eind mei kan het beste een Patentkali gift gegeven worden van 550gram per fruitboom. Patentkali zorgt ook voor een betere vochthuishouding in de fruitboom. Totaal drie zakken van 25 kg. Deze gift is nodig naast de bemesting met compost en/of stalmest.

Patentkali bevat: 30% K2O Kalium
10% MgO Magnesium
42% SO3 Zwavel

Droogte in combinatie met kalium doet de bladeren ook geel kleuren zoals op onderstaande foto’s is te zien. De boom kan door de droogte geen kalium meer opnemen dus bij gebrek trekt hij dit uit de oudere bladeren waardoor deze geel worden en vervolgens afvallen. Dit komt weer goed bij regenval. Bij pruimen is het geel worden een natuurlijk proces zeker bij droogte we noemen dat de boom is versleten en een pruim is altijd vroeg met het laten vallen van het blad zeker na een rijke oogst.

kalk (Ca - Calcium)
Calcium (Dologram) verbetert de bodemstructuur, maakt de grond minder zuur en schept daarmee de voorwaarde voor een gezond bodem leven. Door kalk wordt de grond ruller en losser.
Voor de plant is kalk een belangrijke bouwsteen voor de versteviging van weefsel, bevordert het kiemproces van zaad en zorgt voor stevige, lang houdbare vruchten.
Bij gebrek aan kalk zijn de jonge blaadjes van topscheuten haakvormig. Bladtoppen en randen verdrogen en scheuren, eindknoppen sterven af, de stengels zijn zwak, de planten zijn gevoelig voor ziektes, schadelijke insecten en de vruchten rijpen sneller af, zijn gevoeliger voor zonnebrand en het barsten of springen van vruchten. Ook veroorzaakt gebrek aan kalk Stipt, Kurkstip.
Voor een goede plantengroei is de zuurgraad van de grond erg belangrijk. Een pH waarde van 7 is neutraal ( 3 is zeer sterk zuur). Een waarde van 4-5 pH geeft veel kans op kanker. Planten gedijen het beste bij een PH waarde tussen de 5.5 en 6. Een pH waarde >=6 pH geeft veel minder kans op vruchtboomkanker en is ook veel beter voor het bodemleven omdat er bij deze pH waarde veel meer voedingstoffen vrijkomen.

Een fruitboom neemt gedurende de groei veel calcium op waardoor continu aanvulling noodzakelijk is om tekorten te voorkomen. Levering via de bodem en wortels vormt nog altijd de belangrijkste weg. Calcium speelt een grote rol bij het transport van afvalstoffen door de scheidingswinden in de cel.  Is er te weinig calcium in de vrucht aanwezig dan wordt het transport van afvalstoffen verstoord en hopen de afvalstoffen zich in cellen op waardoor deze afsterven. Dit geeft dan de bruine vlekjes (stipt) op de vrucht.
Een jaarlijkse kalkgift (magnesium houdend), na de herfst, verdient de aanbeveling om verzuring van de grond te voorkomen en het kalkgehalte zo nodig te verhogen. Een 2 jaar oude hoogstamfruitboom geef je een paar handjes vol. Een 25 jaar oude fruitboom krijgt jaarlijks een halve emmer vol (1 kg) met kalk. Zuring en boterbloemen geven aan dat de grond te zuur is. Klaver daar en tegen groeit op kalkrijke grond. Aan mos in het gras kun je zien dat er gebrek aan kalk is. Eind 2015 125kg kalkgift toegepast. Maar let op: Bekalking in een bestaande boomgaard is niet altijd de oplossing omdat hierdoor extra kalium uit de grond beschikbaar kan komen. De kans op stipt wordt dan groter.

Wanneer je in de herfst de afgevallen bladeren in de tuin gooit dien je in het voorjaar op de betreffende plek veel kalk te strooien daar het afgevallen blad de grond verzuurd.

Bij het voortijdig rotten van de perzik, van binnenuit, aan de boom, voordat ze goed rijp zijn kan te maken hebben met kalkgebrek. Ieder jaar een flinke dosis kalk geven kan verbetering hierop geven.

De pH waarde bepalen kan door middel van lakmoest strookjes maar beter is met behulp van een pHmeter /  tester.
Tijdens een snoeicursus werd er gebruik gemaakt van een  ‘PH-meter DM-15’ alleen voor de grond.

Magnesium (Mg)
Magnesium is belangrijk voor de vorming van het bladgroen, geeft de plant zijn frisgroene blad, en bloemkleur, het zorgt voor een betere sapstroom.
Magnesium is van nature in de bodem aanwezig. Magnesium wordt bij lagere temperaturen echter steeds moeilijker opgenomen.
Gebrek aan magnesium zorgen voor een slechte ontwikkeling van de plant, vruchten blijven klein en zijn van slechte kwaliteit. Een Een tekort uit zich in (gele) verkleuring van het blad. Tussen de bladnerven ontstaan gele en latere bruine vlekken. Meestal blijft de bladrand groen maar soms wordt deze ook bruin. Bij magnesiumgebrek voelen de bruine randjes leerachtig aan dit in tegenstelling tot kaligebrek waarbij ze bros zijn.
Bij Magnesiumgebrek vallen de onderste bladeren van een scheut, op de 2 of 3 aller-onderste na af. Bij ernstig gebrek zie ja alleen een groen pluimpje aan de top van de scheut
Magnesiumgebrek wordt bevordert door zeer hoge kaligiften, door kalkgebrek en door stikstofgebrek.

Toepassing van Magnesium in het najaar zorgt voor een goede omzetting van stikstof (N), waardoor gewassen langer gezond blijven. Dit bevordert de aanmaak van suikers voor een goede groei en een optimale wortelontwikkeling.

Een gift Kieseriet of magnesium houdend kalk wordt aanbevolen om een Magnesium gebrek op te heffen. Een handvol Kieseriet of magnesium per boom in maart geeft ook een betere sapstroom.

Kieseriet bevat: 25% MgO Magnesium
50% SO3 Zwavel

Zwavel (S)
Speelt onder meer een rol in de waterhuishouding. Een zwavel tekort komt nauwelijks voor. Gebrek aan zwavel komt tot uiting in de lichtgroene tint van jonge blaadjes, met inbegrip van de bladnerven, aan een gestoorde groei.

IJzer (Fe)
Wortelsnoei, slechte ontwatering, vorstschade en hoge fosfaatgehaltes veroorzaken vaak ijzergebrek lJzerbemesting wordt in de praktijk uitgevoerd door bladbemesting via ijzerhoudende blad meststoffen of door ijzertoepassing door middel van fertigatie. IJzergebrek in Conference zorgt voor een geelrode tint op de vruchten. Ook zijn de vruchten met ijzer gebrek minder bewaarbaar.
Het meest voorkomende symptoom van ijzergebrek is chlorose (geel verkleuren) van de jonge bladeren, vooral voor in scheuttoppen. De bladeren worden citroengeel met een fijn netwerk van groene nerven. In ernstige gevallen treedt ook afsterven van bladweefsel op. De vruchten (peren) vertonen een rode blos en een gele kleur.
Fe-gebrek is vaak een lokaal en jaarlijks wederkerend probleem in appel- maar meestal in perenaanplant.
Bij zwaar ijzergebrek is het belangrijk zowel via de bodem als het blad te bemesten. Bodemtoepassing bij voorkeur tijdens langdurige regen, zodat het ijzer niet te veel in aanraking komt met UV-licht en zuurstof goed kan inspoelen.

De bespuitingen zijn cosmetisch gezien zeer effectief. Elke druppel spuitvloeistof geeft, direct een verbetering van het bladgroen waarmee elke druppel ook zichtbaar is. Visueel knapt het perceel er van op, maar bij echt sterk ijzergebrek is voldoende aanvoer via de wortels ook vereist om in de vruchten ijzergebrek te voorkomen

Sporenelementen
Spoorelementen komen in het algemeen in voldoende mate in de grond voor.

Mineralen. sporenelementen en bodemschimmels (mycorrhiza) blijken belangrijk voor een gezonde groei te zijn. Hun rol wordt steeds duidelijker onderkend. Zo is de sterfte van planten in een beukenhaag veel lager bij toediening van de juiste bodemschimmels.


Gebrek aan water
Een fruitboom reageert als eerste op droogte door het laten vallen van vruchten. Blijft het droog dan zullen de bladeren omkrullen. Duurt de droogte voort dan worden de bladeren geel en vervolgens laat de fruitboom het blad vallen.
Gele bladeren in de zomer wijzen er dus vaak op dat de boom geen voldoende vocht krijgt.
Het toedienen van extra water gebeurd normaal met grondwater uit een waterslang. Daar waar dit niet toereikend is maak ik gebruik van een kruiwagen waterzak, te koop bij Dewiltfang.
Met de kruiwaterzak kun je in één keer 80 liter water vervoeren in een kruiwagen zonder een druppel te morsen. Uitgevoerd in stevige kunststof en voorzien van een gietmond met aangehechte afsluitdop. Tevens met bijgeleverde antislipmat om te voorkomen dat de waterzak gaat schuiven.

Probeer bij pas geplante fruitbomen en kleinfruit het water geven te beperken tot 1 x per week. Geef eventueel op één avond twee keer water, met een tussenperiode van één uur. Planten die 's avonds flink water gekregen hebben, kunnen meestal de dag nadien 's morgens al licht geschoffeld worden. De bovenste losgemaakte grond (ca 1 cm diep) werkt als een isolatielaag en beschermt de ondergrond tegen verder uitdrogen. Naast opname van vocht en voedingsstoffen zorgt een vochtige en schone bodem ook voor meer warmte-uitstraling bij lage temperaturen bij de bloei van de fruitbomen.

Water geven bij droogte is enkel nodig als de bladeren 's morgens nog slap hangen. Voeg bij het water geven eventueel een NPK 12/10/18 gift toe. Een watergift van 10mm, komt overeen met 10L per vierkantenmeter is vaak voldoende. Dagelijks water geven is meestal nadelig omdat dan nieuwe oppervlakkige wortels aangemaakt worden die sneller afsterven bij droogte. Ook luchtgebrek kan hierbij optreden. Maai gazons niet te kort af want dan droogt de grond meer uit.
Voorkom ook grote schommeling in de watervoorziening. Dit kan bij peer een sterke toename van steencellen rond het klokhuis veroorzaken. Door vochttekort kunnen bij de pruim, de kers-morel en bij perzik harde plekken in de vruchten ontstaa
n.

Het is ook mogelijk om Betoniet aan te brengen. Dit zijn kleikorrels, ze houden het water vast en zijn verkrijgbaar als Kattenbak vulling. (Kittie Friends).


Teveel aan water
Door extreem regenval kan het voorkomen dat fruitbomen met hun wortelgestel volledig onder water komen te staan. Dan ontstaat er wortelverstikking. Door tijdelijk zuurstofgebrek sterven dan de fijnere wortels af en laten die nu net verantwoordelijk zijn voor de opname van bodemvocht en voedingsstoffen. Door dit effect kan de fruitboom dan tijdelijk de verdamping niet aanvullen waardoor de bladeren verdorren. Vooral kersenbomen zijn hiervoor zeer gevoelig.
Om dit te voorkomen kan het beste voor een goede afwatering gezorgd worden tijdens extreme buien. Helaas beloofd de klimaat verandering (2016) niet veel goeds en is de verwachting dat de extremiteit van buien alleen maar zal toenemen. Warme lucht bevat namelijk meer vocht.

Bladval
In de herfst haalt de boom de helft van de energie uit het blad en slaat dit op. De andere helft van de energie blijft in het blad zitten, deze verkleurd daardoor. Ook zal de zon in de herfst langzaam in kracht afnemen, worden de dagen korter. Door al deze gebeurtenissen trekken de suikers en groeihormonen zich terug in de fruitboom waardoor de boom zijn blad laat vallen. Door deze bladeren te versnipperen met bijvoorbeeld een grasmaaier geef je de resterende energie terug aan de fruitbomen. Door het versnipperen trek je tevens de schurft sporen uit elkaar waardoor deze geen effect meer hebben. Maar pas op met bladeren van perenbomen die geïnfecteerd zijn door perenroest. Een belangrijke maatregel om uitbreiding van de ziekte tegen te gaan is het opruimen, versnipperen of verbranden van het afgevallen blad. Dit geld eigenlijk voor alle aangetaste bladeren ook door andere schimmels.

Gras
In de boomgaard vier keer per jaar het grasmaaien, op vier centimeter hoogte, en laten liggen geeft ook een aanzienlijk verbetering van de grondstructuur.  Maai  liever na juni omdat veel zoogdieren en jonge kuikens van grondbroeders zich schuil houden in de grasmat van de boomgaard. Het verdient de aanbeveling om gefaseerd te maaien.
Ook is het mogelijk om perceelsranden te laten verruigen waarvan dieren en insecten profiteren en om de twee tot drie jaar te maaien.

Mulchmaaier:
Het gras wekelijks maaien met een mulchmaaier behoort ook tot de mogelijkheden. Het gemaaide gras wordt volledig verpulverd en vervolgens tussen de grasmat teruggeblazen. Het fijngesnipperde maaisel komt tussen de grassprietjes op de bodem terecht waar het een dunne mulchlaag vormt. Het verteert ter plaatse en geeft zijn voedingsstoffen terug aan de bodem en het gras. Meststoffen hoef je dus eveneens minder te gebruiken. Let er wel op dat het gras niet nat is wanneer je gaat maaien.
Het is van belang voldoende hoog te maaien (4 à 5cm) zodat de grasmat het verpulverde gras volledig kan opnemen en verwerken. Op deze manier tast je de bodemvruchtbaarheid niet aan en houdt je de bodemactiviteit op peil.

Weidebloter:
De weidebloter is een maaier welke voorzien is van een of meerdere zware messen waarmee het gewas wordt afgesneden en verhakseld. Het gewas wordt aan de achterkant uitgeworpen. De weidebloter laat een minder mooi maaibeeld achter dan een cirkelmaaier, maar kan goed tegen zware omstandigheden zoals heel hoog gewas met een enkele tak of molshoop. De weidebloter is ontworpen om hoog gras te maaien en dit te verhakselen/versnipperen. De weidebloter is geschikt voor het uitmaaien van de weide of bermen met hoog gewas.

Klepelmaaier:
De klepelmaaier maait het gewas door een ronddraaiende wals met daaraan bevestigt klepels. Deze klepels snijden het gewas af waarna het achteraan uitgeworpen wordt. De Klepelmaaier kan tegen  zware omstandigheden. De maaier kan hoog gewas maaien met daarin takken en oneffenheden. Deze worden allemaal versnippert door de zware klepels. De klepelmaaier is uitermate geschikt voor het maaien in de boomgaard, weide, ruwe begroeiing of lichte opslag. Nadeel van het klepelen is de hoge vermogensbehoefte van deze machine.
Uitzondering op bovenstaande regel zijn de klepelmaaier met palletklepels. Deze zijn bedoeld voor het maaien/verticuteren van ruw gras/ gazon, deze machine is voorzien van een groot aantal speciaal uitgevoerde maaiklepels (palletklepels) waardoor deze machine een geweldig maairesultaat achterlaat welke vergelijkbaar is met een cirkelmaaier.

Hout-as
De as van zuiver verbrand hout bevat veel calcium en sporenelementen. Het uitspreiden van ongeveer 1 emmer as op de boomspiegel van een grote hoogstam fruitboom tijdens de winterperiode zal de sporenelementen, waaronder calcium, koper, zink en ijzer op peil houden. Calcium voorkomt de verzuring van de bodem.

Valfruit
In het algemeen kun je valfruit dat is gaan rotten en gisten laten liggen onder de fruitbomen. Merels en andere volgens zijn er gek op, vooral in de winter. Rotting is trouwens een natuurlijk proces. Er zijn fruitliefhebbers die adviseren om het valfruit te laten liggen zodat het als meststoffen teruggegeven wordt aan de fruitboom. Door het valfruit te versnipperen met bijvoorbeeld een grasmaaier geef je de resterende energie terug aan de fruitbomen. Anderen zeggen: direct verwijderen al dat valfruit. Wijzelf laten geen valfruit liggen onder de fruitboom maar maken een speciale plek vrij voor valfruit waar de natuur dan haar gang kan gaan.

Zodra het valfruit sporen van monilia laat zien kun je het beste al het aangetaste fruit direct verwijderen om verspreiding van monilasporen tegen te gaan. Periodiek controle van al het valfruit wordt daarom ook aanbevolen.

Wortelschimmels
Van nature leven de meeste planten in symbiose met mycorrhiza-schimmels. Deze nuttige bodemschimmels vergroeien met de wortels en bevorderen de groei en de weerbaarheid van de plant. De fijne schimmel-draden vormen als het ware een verbinding tussen bodem en plant en vergroten het actieve worteloppervlak. De mycorrhiza-wortelschimmel van Rootgrow stimuleert de wortelgroei, verbetert het aanslaan, vergroot de opname van voedingsstoffen, vermindert droogtestress, verhoogt de weerstand tegen ziekten en helpt bij bodemmoeheid. In Groot-Brittannië is het (2012) een groot succes. Rootgrow bevat geselecteerde natuurlijke mycorrhiza-schimmels in hoge concentratie. Deze wortelschimmels leven samen met de plant en moeten in direct contact komen met de wortels. Ze groeien dan met de wortels mee en vormen een uitbreiding en bescherming van het wortelstelsel. Bij het (ver)planten worden wortels beschadigd en raakt het bodemleven verstoord. Rootgrow bespoedigt het herstel. Strooi Rootgrow in het plantgat of meng het door de grond. Planten met kale wortels kunnen ook met Rootgrowgedipt worden. Meer informatie kunt u hier vinden.

Op de wortels van fruitbomen in biologisch beheerde boomgaarden zitten meer schimmels om voedingstoffen uit de grond te halen. Met behulp van deze schimmels kunnen de fruitbomen gedijen zonder een grote behoefte aan meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. De schimmels zorgen voor de opname van fosfor en stikstof uit de bodem in ruil voor suikers afkomstig van de fruitboom. Ze beschermen daarnaast de fruitboom tegen ziektekiemen in de bodem. Deze gunstige wisselwerking tussen fruitbomen en schimmels ging vroeger heel lang goed tot de kunstmeststoffen er kwamen. Waarschijnlijk wordt er (2015) een biologische meststof ontwikkelt met bovengenoemde eigenschappen.

Er zijn fruittelers die bij herplant op dezelfde plek experimenteren met het aanbrengen van (circa 70 gram) wortelschimmels. Zelf hebben wij hier geen ervaring mee maar zodra er meer over is te vertellen laat ik het weten.

Regenwormen
Regenwormen zorgen in eerste instantie voor afbraak en vervoer van compost naar de ondergrond en zijn de beste ploegers die er bestaan. Per vierkante meter gaat het normaal om vijfhonderd tot tweeduizend exemplaren. In drie jaar tijd gaat alle grond van de bovenste dertig centimeter een keer door de darmen van de wormen. Deze wormpjes bevorderen de structuur, waterdoorlaatbaarheid en vruchtbaarheid van de bodem. Regenwormen zorgen voor meststoffen, wel drie keer zijn eigen gewicht per dag, en dragen bij aan het luchtig houden van de bodem. Daarnaast geven regenwormen slijmstoffen af aan de grond die weer bacteriën opleveren. Regenwormen zorgen ook voor een snellere vertering van de afgevallen bladeren. Door in het najaar, na de bladval, een dun laagje compost uit te strooien worden de regenwormen gestimuleerd, zodat de bladeren sneller opgeruimd worden. Belangrijke beestjes dus, voor een goede bodemstructuur waarin de fruitbomen staan.

 
Adverteren

Bezoekers

We hebben 65 gasten online