Leden krijgen toegang tot extra informatie. Leden kunnen ook deelnemen aan het Forum Totaal hits:
Hieronder kunt u inloggen met een Gebruikersnaam en Wachtwoord of een account aanmaken. Aantal bezoekers
 
Wildvraat

Schade door konijnen en Hazen
Vooral als er sneeuw ligt kan er veel wildschade voorkomen! Konijnen, hazen, reeën en ratten kunnen knagen aan de bomen. Vooral appelbomen worden het meest aangetast, maar ook andere fruitbomen kunnen schade oplopen. Stalen boomkorven bieden hiertegen een uitstekende bescherming.

Schade door muizen en ratten
Jonge fruitbomen zijn een paradijs voor muizen. In pas aangelegd boomgaard kan een snelle spontane verruiging van de vegetatie optreden. Voor muizen ontstaat dan een gunstige leefomgeving, met veel voedsel en beschutting.
Muizen kunnen zich onder deze gunstige omstandigheden zeer snel voortplanten. Het broedseizoen loopt van midden maart tot eind september en soms zelfs tot in de winter. Ze houden geen winterslaap en het komt voor dat muizen in holletjes onder de sneeuw nog jongen krijgen. Binnen enkele jaren kan de populatie zo groot zijn dat er sprake is van een plaag.

Na verloop van tijd ontstaat overbevolking en een tekort aan voedsel. De muizen zijn dan aangewezen op andere voedselbronnen. De hongerende dieren beginnen dan aan de bast en de wortels van jonge bomen te vreten. Dit noodvoedsel is echter van slechte kwaliteit, waardoor het overgrote deel van de muizen alsnog van de honger sterft.
De voedseltekorten komen vooral voor in de herfst en winter. De grootste muizensterfte vindt dan plaats in februari en maart. In de meeste gevallen wordt de schade pas later in het jaar opgemerkt, als de bomen niet meer uitlopen of gaan kwijnen. Daar waar verse muizenvraat aan boompjes zichtbaar is, is de ineenstorting van de muizenpopulatie al ingezet.

Muizenvraat van jonge bomen gebeurt hoofdzakelijk door woelmuizen, in het bijzonder de veldmuis en in mindere mate de aardmuis. Woelmuizen zijn planteneters (zaden en wortels). Waar woelmuizen zitten, is de bodem zacht (omgewoeld) en zijn tal van vaste looppaadjes in het groen te vinden.
De woelrat, die ook tot de woelmuizenfamilie behoort, kan eveneens schade bij net aangeplante bomen veroorzaken.
Bij voedselschaarste vreten de veldmuizen over het algemeen van de boombast en kunnen de boompjes dan vlak bij de grond ringen. Aardmuizen en woelratten hebben een voorkeur voor boomwortels. Dit is ook het geval wanneer er ruimte ontstaat in het plantgat, bijvoorbeeld doordat de boompjes zwabberen in de wind. Woelratten graven gangen en knagen de wortels ondergronds af.


Bij het voorkomen van grootschalige muizenschade is het van belang er voor te zorgen dat er geen geschikte leefomgeving voor de muizen aanwezig is. De vegetatie van bermen en andere gronden in de directe omgeving van de aanplant mag niet te ruig worden, anders worden dit potentiële bronnen voor een plaag. De boompjes zelf moeten niet in bestaande vegetatie, maar in geploegde grond worden geplant. Bij voorkeur moet de grond om de aanplant heen een aantal jaren zwart worden gehouden. Muizen hebben een grote weerstand om over onbegroeid terrein te lopen.

Natuurlijke vijanden zijn mollen, katten, wezels, fretten en roofvogels. Geef roofvogels een zitstang op een paal van minstens 4 meter boven de grond. Mollen vangen en eten jonge woelratten.
Verder is het belangrijk om de vestiging van natuurlijke vijanden te bevorderen. Torenvalken en uilen kunnen worden aangetrokken door het plaatsen van nestkasten. Bovendien worden muizen bejaagd door reigers kraaien, meeuwen en eksters en diverse kleine roofdieren, zoals de vos en de wezel. Sommige roofdieren stellen zich in op muizenplagen. Velduilen bijvoorbeeld, groeperen en broeden vaak op plaatsen waar veel woelmuizen aanwezig zijn.

Muizenval
Je kunt muizen bestrijden door het plaatsen van muizenvallen in deze gangen. Eventueel kun je ook een woelmuiskorf gebruiken

Woelmuizenval / Woelrattenval
Tegen woelmuizen en woelratten is het ook mogelijk om wortelgaas in het pootgat te leggen om te voorkomen dat de diertjes hun destructieve werk kunnen doen. Je kunt de woelratten bestrijden door het plaatsen van mollenklemmen in de gangen of gebruik te maken van zogenaamde woelmuizenval

Wühlmaus kastenfalle of woelmuizenval / woelrattenval zijn te koop bij Protectgreen of Rarakuten. Het zijn eigenlijk dezelfde bedrijven.

Door middel van een woelrattenval kan men, in de gegraven gangen, de woelrat vangen. De woelrat heeft een zeer uitgebreid gangenstelsel, maar beloopt in hoofdzaak de gangen tussen de voedsel- en de nestplaats. De hoofdgangen lopen vaak langs heggen of randen van het perceel. Dit zijn meestal ook de randzones van het gangenstelsel. Plaats hierin bij voorkeur de vallen. Men moet er voor waken de gangen niet dicht te trappen tijdens het opsporen.

Alle bestaande gangen over een lengte van ca. 20 cm openen met een schopje of mes. Let er wel op dat de gang intact blijft en verwijder de losse grond uit de gang. Na 24 uur controleren we of er gangen zijn die weer zijn toegedekt door de woelrat. Als een gang weer is toegedekt dan is de woelrat hierin actief en openen wij deze gang weer opnieuw.
Controleer of binnen een afstand van 30 cm een kruising, splitsing of scherpe bocht aanwezig is. Als dit het geval is, stoot de woelrat van opzij op de val en schuift de gang geheel vol met aarde.
Plaats de val met een stuk appel of selderie aan de aaspin in gespannen toestand onmiddellijk in de gang. Eventueel de val met een emmer afdekken of met een graszode.

Spannen van de val:
Klap als eerste de houdbeugel omhoog. Vervolgens de veer met vangbeugel naar beneden drukken en de houdbeugel over de vangbeugel leggen. De houdbeugel omlaag drukken tot het haakje van de aaspin over het afgevlakte gedeelte van de houdbeugel komt te liggen. De val in gespannen toestand voorzichtig in de reeds geopende gang leggen.

Een woelrat raakt snel in de stress en houdt zich dan schijndood. Een dode woelrat is te herkennen aan zijn gestrekte achterpoten en gekruiste voorpoten.

Blijf controleren op deze woelratten en gangen daarvan. Als ze er zijn, moet je ze zien te verjagen of vangen want ze kunnen veel schade aan het wortelgestel van de fruitbomen aanrichten. Controle op aantasting van wortels door woelrat of muizen is simpel uit te voeren door te controleren of een fruitboom nog stevig staat of je hem heen en weer kunt bewegen

Schade door vogels
Fruit wat bijna rijp is heeft een grote aantrekkingskracht op vogels. Vooral in 2011 trad er een aanzienlijke schade op door vogelvraat door het uitzonderlijke warme voorjaar. In 2013 trad er een aanzienlijk schade op door het droge voorjaar en droge en warme zomer.
Het enigste wat je hiertegen kunt doen is het aanbrengen van netten ter bescherming van het fruit. Het plaatsen van netten gebeurt vlak voordat de vrucht rijp is in de loop van de zomer

Het is ook mogelijk om enkel stuks fruit te beschermen tegen vogelvraat (en wespen) door het aanbrengen van fruithoezen. De hoezen zijn water- en luchtdoorlatend en verzekeren zo de ontwikkeling van gave vruchten. Het plaatsen van de hoezen gebeurt na het vormen van de vrucht in de loop van de zomer. De hoezen worden individueel over de vruchten geplaatst en met bijgeleverde binders afgesloten.

Een merel, lijster, kauwtje, kraai en vlaamsegaai plukt een kers en vliegt ermee weg. Maar een spreeuw pikt met zijn spitse snavel lukraak keren aan. De ene kers na de andere. Het sap spettert naar alle kanten en bederft ook de onbeschadigde kersen. En dan niet een spreeuw nee ze komen met duizenden te gelijk. Met z’n allen ruineren ze in een ommezien een hele boomgaard.
Vandaar de gezegde: Met spreeuwen is het slecht kersen eten.

Ook mezen en vlaamsegaaien pikken de laatste jaren (vanaf 2011) kersen, pruimen peren en appels aan. Vooral in 2013, 2014, 2015 waarschijnlijk door een gebrek aan rupsen in de zomermaand.
Een ander oorzaak van het aanpikken door mezen kan zijn door een bepaald gebrek aan zoetstof tijdens deze periode. In 2015 veel schade door hoofdzakelijk de koolmezen. Alle appels en peren met een rode blos werden aangepikt. Er vlogen wel 20 tot 30 koolmezen dagelijks rond in de boomgaard. Ze vliegen uit de randbeplanting naar het fruit, pikken er snel 1 aan en vliegen weer terug de struiken in. Dit doen ze vanwege roofvogels. Ze zitten dus niet het fruit op te eten maar nemen overal ‘hapjes van.


 
Adverteren

Bezoekers

We hebben 63 gasten online