Leden krijgen toegang tot extra informatie. Leden kunnen ook deelnemen aan het Forum Totaal hits:
Hieronder kunt u inloggen met een Gebruikersnaam en Wachtwoord of een account aanmaken. Aantal bezoekers
 
Vogels

In hoogstamboomgaarden kunnen de volgende vogels worden aangetroffen:
Grasmus, heggemus, koolmees, pimpelmees, boompieper, boomkruiper, fitis, winterkoning, zanglijster, merel, groenling, vink, putter, tjiftjaf, grauwe vliegenvanger, houdduif, tortelduif, holenduif, , groene specht, kleine bonte specht, spreeuw, kauw, kraai, vlaamsegaai, torenvalk, steenuil, ransuil, bosuil, patrijs, fazant en zwaluw.

Bij ons in de kleine boomgaard scharrelen ook enkele soorten kippen rond waaronder de Hollandse kriel en Barnevelderkriel. In grote boomgarden kun je beter grote kippen houden zoals Twentse grijze, Leghorns of Wyandottes. Veilig voor roofvogels en te zwaar om weg te vliegen. Kippen zijn prima verdelgers van vele soorten schadelijke insecten en hun larven die in de grond overwinteren.

Hoogstamboomgaarden vormen voor veel vogels een aantrekkelijk biotoop. De aanwezigheid van hoge bomen met een dichte takstructuur, de grasmat eronder en het betrekkelijk extensieve beheer doen hoogstamboomgaarden lijken op een parkbos. Dit komt ook tot uitdrukking in de gemiddelde broedvogelbevolking van de boomgaard die daar veel op lijkt maar vaak toch wat soortenarmer is
Daar zijn een aantal redenen voor. Allereerst ontbreekt in de hoogstamboomgaard een struiklaag. Soorten die bij de keuze van de nestelplaats een sterke voorkeur hebben voor dicht struikgewas zijn daardoor minder vaak aanwezig of ontbreken geheel.
Bij ons is dat niet het geval daar alle drie de boomgaarden rondom aangeplant zijn met een brede strook verschillende soorten struiken. Deze struiken zijn ook aangeplant als drachtplanten voor de bijen. Het grote voordeel hiervan is dat aan het eind van het seizoen vele soorten bessen aan de struiken hangen welke weer allerlei vogel soorten aantrekken.

Wanneer nestkasten worden aangebracht worden ook soorten als steenuil, torenvalk, koolmees, pimpelmees, ringmus, grauwe vliegenvanger en boomkruiper als broedvogel aangetroffen. Bied woonruimte aan door meerdere, bij elkaar geplaatste, kasten. Mezen broeden namelijk niet vlak bij elkaar. Mezen zoeken namelijk eerder een nest uit. De Roodstaart houd van ongelakte nestkasten.

Een belangrijk deel van de boomgaardvogels zijn de jagers op ongewervelde dieren, voornamelijk insecten en insectenlarven. Mezen, fitissen en anderen zoeken de twijgen en knoppen af naar eieren van bladluizen, schildluizen en wintervlinders. Tezelfdertijd reinigen spechten en boomkruipers de stammen en dikke takken van (schadelijke) insecten, larven en poppen van onder andere donsvlinders en appelbloesemkevers, die zich achter de schorschubben verbergen.
Merels en winterkoninkjes zoeken het lager bij de grond. De merel is vooral op zoek naar wormen en kleine insecten in het gras terwijl de winterkoning en andere kleine insecteneters als heggemus en roodborst in heggen, stapels snoeihout en takkenmijten rondscharrelen.

Belangrijke insectenetende vogels zijn o.a. pimpel- en koolmezen, gele en witte kwikstaarten, veldleeuweriken, boerenzwaluwen en nog vele anderen. Daarnaast zijn torenvalken, kerkuilen en buizerds belangrijke jagers op muizen.
Echte insectenetende vogels trekken in de herfst naar zuidelijke streken en komen pas in het voorjaar weer terug. Soorten als koolmezen zijn flexibeler in hun dieet en schakelen in de herfst en winter over op zaden. Maar al deze vogels voeren in het broedseizoen hun jongen met insecten, en daarbij gaat het om enorme aantallen prooien die gevangen worden. Jonge zwaluwen hebben ongeveer 1000 kleine insecten per dag nodig om op te groeien. Een zwaluw ouder met een nest van vijf jongen vangt naar schatting 50.000 insecten per week. Een paartje kerkuilen met jongen vangt 15 tot 20 muizen per dag.

Uit onderzoek is gebleken dat de schade in appelboomgaarden door rupsen met 25 procent wordt teruggebracht als de teler twee tot vier nestkasten per hectare ophangt voor koolmezen.
De aantallen insecten die vogels voor hun jongen vangen zijn indrukwekkend. Vogels kunnen er toe bijdragen dat bepaalde insecten niet tot een grote plaag uitgroeien. Veel zangvogels zoals kool- en pimpelmezen jagen in het voorjaar voor hun jongen op rupsen en andere insecten in bomen en struiken. Tijdens de broedperiode kan een paartje koolmezen ruim negenduizend rupsen aan de jongen voeren. Daarnaast eten de ouders zelf ook nog eens zo’n hoeveelheid. Kwikstaarten jagen meer op vliegen en muggen in lage vegetaties.

In het voorjaar worden vinken in de boomgaarden aangetroffen, de uitbottende knoppen van de vruchtbomen vormen een lekkernij. Mezen zijn hierop eveneens verzot en kunnen in het voorjaar in grote getale worden waargenomen.

Spreeuwen worden vooral aangetroffen in de kersenbomen. Het grote aanbod aan rijpe kersen vormen een belangrijke voedselbron. Ook de Merel, vlaamsegaai, ekster, kraai en kauw doen zich vaak tegoed aan de rijpe kersen.

Merels, vinken en vlaamsegaaien willen ook nog wel eens aan het rijpe fruit beginnen zoals appels en peren.

 
Adverteren

Bezoekers

We hebben 61 gasten online