Leden krijgen toegang tot extra informatie. Leden kunnen ook deelnemen aan het Forum Totaal hits:
Hieronder kunt u inloggen met een Gebruikersnaam en Wachtwoord of een account aanmaken. Aantal bezoekers
 
Schimmel Fruitbomen

Schimmels en in het bijzonder paddenstoelen zijn over het algemeen ongewenste boomgaardbewoners. Wanneer zij worden ontdekt is het kwaad al geschied. Als het parasitaire schimmels betreft is de boom al geruime tijd daarvoor geïnfecteerd en, als het om saprofytische schimmels gaat, is de boom reeds kwijnend. Als paddenstoelen worden aangetroffen duidt dit vrijwel in alle gevallen op afbraak of afsterven van de boom. Een natte periode gevolgd door een warme en droge periode is een ideale combinatie voor het uitbreken van schimmel infecties. In de winter spuiten met een koperoplossing is een mogelijkheid om schimmels te bestrijden.

Takhout dat in de boomgaard blijft liggen kan een voedingsbodem zijn voor een rijke paddenstoelenflora. In de praktijk blijkt echter dat het overgrote deel van deze schimmels te behoren tot de saprofyten, die van rottend weefsel leven. Ze worden minder gevreesd da de parasitaire soorten. Het gaat dan vooral om gewone hertenzwam, inktzwammen, elfenbankjes en zwavelzwam.

Bladvlekkenziekte

Bloesemmonilia

Gomziekte

Hagelschotziekte

Honingzwam

Houtknotszwam

Krulziekte

Loodglans

Meeldauw

Paarse korstzwam

Perenroest

Schubbige bundelzwam

Schurft

Tonderzwam

Vruchtboomkanker

Witziekte

Zadelzwam

Zwartvruchtrot

Zwavelzwam

Bladvlekkenziekte (Gnomonia leptostyla)
Deze bladval- bladvlekziekte treed vooral op bij de Kers, pruim en de walnoot. De bladbeschadiging zorgt voor zwarte vlekken en bladval. Oogstderving en kwaliteitsverlies kunnen gevolgen zijn van deze ziekten. Deze ziekten treden vooral op in slechte natte zomers. Rassen kunnen sterk verschillen in vatbaarheid. De ziekte wordt veroorzaakt door de schimmel Gnomonia leptostyla. Een belangrijke maatregel om uitbreiding van de ziekte tegen te gaan is het opruimen, versnipperen of verbranden van het afgevallen blad, aangetaste noten en takken. Zie ook bemesting Kalium en Stikstof.


Bloesemmonilia (Monilia Laxa)
Bloesemmonilia is een gevreesde taksterfteschimmel wat vooral op kan treden bij pruimen-, kersenbomen en sierkersen. Maar de infectie treed ook steeds vaker op bij appels, peren en kweeperen. Er treed dan, zoals de naam al zegt, bloesem en taksterfte op.
Deze infectie treed op tijdens de bloei, bladeren en jonge scheuten verwelken en verkleuren bruin. De schimmel groeit vervolgens door tot in het hout waardoor de geïnfecteerde twijgen afsterven.

Tijdens de bloei zijn regenachtig periodes en grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht uitstekende voorwaarden voor een infectie. Het begint met het verdrogen van bloesems en bladeren aan de jonge twijgjes. De bloesems worden bruin en sterven af maar blijven aan de takken zitten. Het verdrogen en bruin worden van de bladeren neemt langzaamaan steeds verder toe waarna de aangetaste delen bedekt zijn door een grijze schimmel.

Tussen april en augustus kun je het beste de fruitbomen blijven controleren op boven genoemde aantastingen. Hou er rekening mee dat één boom in de omgeving een besmettingsbron kan zijn voor anderen bomen.

Als de bloesem en taksterfte eenmaal zichtbaar is kan er niet veel meer gedaan worden ter genezen. De aangetaste takken moeten zo diep mogelijk tot op het gezonde hout teruggesnoeid worden om verdere uitbreiding en afsterven van de boom te voorkomen.
De weggesnoeide, aangetaste takken en besmette delen kunt u het beste meteen verbranden. Ontsmet het gebruikte snoeigereedschap met pure alcohol of spiritus.

Het is mogelijk om de fruitbomen preventief te behandelen met schimmelwerende middelen (contactfungiciden). Doorgaans zijn drie behandelingen voldoende. De eerste behandeling kan plaats vinden bij het begin van de bloei, vervolgens een behandeling tijdens de volle bloei. Als laatste kan de behandeling nog een keer uitgevoerd worden aan het einde van de bloei.
Daarnaast is het ook belangrijk om alle verdroogde en aangetaste vruchten uit de boom weg te halen. Deze mummies zijn een bron van schimmelsporen en daardoor een besmettingsbron. Snoei de bomen ook zodanig, dat er voldoende lucht en zon binnen kan dringen tussen de takken.

Meer informatie over Monilia-rot kunt u hier vinden.

Gomziekte / Gomming
Gomziekte is eigenlijk geen ziekte maar een natuurlijke reactie van de boom op beschadigingen of infecties.
Door gomming komt er kleverige hars uit de takken. In de vruchten ontstaan harde, bruine vlekken door inwendige gomvorming en kunnen deze vruchten gaan lekken. De gom is een afbraakproduct van de celwand en komt hoofdzakelijk voor bij de kers. De afscheiding kan een wondhelend verschijnsel zijn na het ontijdig wegnemen van takken. In de andere gevallen wanneer geregeld gomdruppels voorkomen is dit een verschijnsel van een minder gunstige toestand van de boom maar het is moeilijk duidelijk de oorzaak aan te geven. Bestrijding bestaat uit het zorgen voor een goede bodemstructuur met voldoende voedingsstoffen en water. Vermijd daarbij ook kalkarmoede.
Gomming kan er ook voor zorgen dat sapvaten verstopt raken waardoor het vervoer van water en voedingstoffen belemmert worden met taksterfte tot gevolg.

Gomming kan ook veroorzaakt worden door een bacterie. Nadat de bacterie die de gomziekte veroorzaakt de bast heeft geïnfecteerd, ontstaan er kankers op deze plaatsen. Als reactie op de aantasting vormt de boom een gom die de bacteriën naar buiten duwt. Dit geeft het herkenbare beeld van de uittredende slijmerige vloeistof.
Door aantasting met de gomziekte kunnen twijgen worden geringd en uiteindelijk afsterven. Tevens kunnen de bladeren geïnfecteerd raken. Dit uit zich eerst in kleine gele vlekjes op het blad die later gaatjes worden.
Het bestrijden of het beperken van de aantasting kan door het verwijderen van aangetaste takken. Na het snoeien dient het snoeigereedschap ontsmet te worden. Sommige sierkersen zijn minder gevoelig voor de gomziekte.

Deze aantasting is te voorkomen door een goede bodemstructuur, goede kalktoestand en het vermijden van onvercomposteerde stalmest of te hoge stikstofgiften. Kersen hebben de eerste 10 jaar heel weinig mest nodig.
De oorzaak van deze ziekte is een onevenwichtige groei, bijvoorbeeld door te veel bemesting, te veel snoei of uitputtende vruchtdracht. Snoei sterk gommende takken tot 10 cm. onder de gomplek weg.

Gomziekte kan ontstaan door:
- het overmatig gebruik van stikstofbemesting
- onjuist tijdstip van snoeien, of te sterke snoei
- na vorstschade

- te zure bodem, tekort aan kalk
- een slechte bodemstructuur
- te natte grond
Bron: wur.nl


Na een periode van extreme droogte in enkele dagen een neerslag van 34mm tussen 25 – 29 juni 2017. Ik weet niet of het hier aan lag maar daarna was er sprake van gomming bij de kers Early rivers en zoete morel. Ook veel gele bladeren bij de kers Early rivers door de bekende bladvlekziekte. Het zou heel goed kunnen dat de bladvlek ziekte de veroorzaker is samen met een dodelijke bacterie die de boom erg verzwakt waardoor de assimilatie sterk wordt verminderd.

Vanaf 10 juli 2017 de gomming bestreden bij de kers Early Rivers en Zoete Morel. De door gomziekte aangetaste schorsdelen geheel weggesneden en de wond gedept en krachtig ingewreven met gekneusde zuringbladeren zodat het groene sap in het hout kan dringen. De behandelde plekken genezen daardoor snel en er groeit weer gezonde schors.


Hagelschotziekte (Stigmina carpophila)
Aantasting verschijnt op de jonge bladeren en slapende knoppen. Door de hagelschotziekte komen er geelbruine vlekjes op de bladeren, vooral bij kers en pruim, die na enige tijd uitvallen, waardoor ronde gaatjes ontstaan. Sterk beschadigde bladeren vallen af. Vruchten vertonen omrande, ingezonken vlekjes. De oorzaak kan een schimmel, een bacterie of een virus zijn. De aantasting door de schimmel wordt bevorderd door veel regen in april, mei. Door regenval worden de schimmels afgespoeld en komen dan op de lagere gedeelten in de fruitboom. De schimmel overwintert op het blad. Zorg voor voldoende stikstof en magnesium. Verwijder de gevallen bladeren. Bestrijden is mogelijk door een zwavelhoudend middel zoals spuitzwavel te spuiten op de bladeren. Voordat de knoppen gaan schuiven kort voor de bloei bij zichtbaar worden van de bloemkleur (Pruim) of direct na de bloei (Kers). Na de bloei om de 2 weken opnieuw spuiten dit 2 tot 4 keer herhalen. De ziekte kan ook bestreden worden met een aftreksel van vlierbesbloesem.



Honingzwam (Armillaria mellea)
Dit is in de fruitteelt een zeer gevreesde paddenstoel. Het is een parasitaire soort, dat zich voedt met levend weefsel. De zwam wordt 7 tot 14 cm hoog en komt voor van oktober tot december. De honingzwam kan ook bomen infecteren waarbij door bijvoorbeeld hoge grondwaterstanden een deel van de wortels tot rotting is overgegaan. De honingzwam is echter des te gevreesder, omdat deze zich door middel van rhizomorfen (dikke bruine ondergrondse schimmeldraaden) van de ene boom naar de andere kan verplaatsen op 10 tot 20cm diepte.
Bij de wortelhals van zieke bomen treft men tussen bast en hout witte myceliumdraden aan.
Kenmerken van aantasting zijn verzwakking van de bomen. De groei neemt af, de vruchten blijven klein en de bladeren krijgen vroegtijdig herfstkleuren.
De kans op infectie wordt sterk verminderd door een goed wondbehandeling en een goede ontwatering. Het bestrijden van de Honingzwam kan het beste geschieden door aangetaste bomen en boomstronken te verwijderen.

Houtknotszwam (Xylaria polymorpha)
Een 6 jaar geleden verplante appelboom is in augustus 2013 definitief ter ziele gegaan. De bladeren begonnen bruin te worden en de vruchten verschrompelden. 6 jaar geleden na het verplanten heeft de 12 jarige boom het nooit goed gedaan. Weinig bladvorming en geen vruchten. Dit jaar voor het eerst enkele vruchten.

Nu blijkt, tijdens het rooien van deze boom, onder aan de stam op maaiveld hoogte aan de zuidkant (zonkant), een zwarte zwam te zitten. Breek je een stuk van deze zwarte zwam af dan is deze wit van binnen. Het is de houtknotszwam.
Deze houtknotszwam wordt meestal niet hoger dan vijf centimeter. De bijna kogelronde, knotsvormige of ook wel vingervormige zwam (daarom heet hij ook wel dodemanshand of dodemansvingers) maakt een opgezwollen indruk en is van buiten zwart en van binnen wit.

6 Jaar geleden toen de boom verplant is is hij op een plaats gekomen waar de boom werd aangetast doordat hij na het verplanten verzwakt is. Het duurt dan gemiddeld 5 jaar voor dat de boom sterft. De eerste verschijnselen zie je 1 jaar na de infectie doordat er dan paddenstoelen op de stam of aan de voet van de stam verschijnen.
De appelboom is gestorven doordat de schimmel de sapstroom van de boom heeft afgesloten. De stam brak tijdens het rooien onder het maaiveld ook af. Deze bleek volledig verrot te zijn.
Bij het verwijderen van de wortels zul je merken dat een groot gedeelte van de wortels zijn opgelost cq verdwenen.

Plant op deze plek even minimaal 5 jaar geen fruitboom meer. Het beste is deze lege plek te bemesten met dierlijke mest zodat er minder bestaansrecht is voor de schimmels van de Houtknotszwam en dat de bodem op die plek bacteriedominant wordt. Zo help je de schimmel te doden doordat de bacteriën de schimmeldraden van deze schimmel opeten.

Krulziekte (Taphrina deformans)
De perzik is zeer vatbaar voor de perzikkrulziekte ook wel Koudweerziekte of Koudblarenziekte. Als gevolg van de aantasting door deze schimmelziekte vertonen de bladeren in het voorjaar zeer ernstige misvormingen zijn opgezwollen. De misvormingen verkleuren eerst rood en daarna geelbruin. Aangetaste bladeren zijn bros en vallen vroegtijdig af.
Aangetaste twijgen stoppen met groeien en zullen verdrogen. Waardoor de scheuten die nodig zijn voor bloemknoppen voor het volgend seizoen zullen missen. Zwaar aangetaste bomen verzwakken, de oogst van het huidige seizoen en komend seizoen zal verloren gaan. Aangetaste bomen kunnen gomziekte krijgen en vervolgens  na 3 - 4 jaar afsterven.
Vanaf 8 tot 10°C is er infectiegevaar voor de krulziekteschimmel. Deze schimmelziekte overwintert in de knoppen en bij het uitlopen van de knoppen, in het vroege voorjaar rond januari / februari, worden de ontluikende perzikbladeren geïnfecteerd. Vanaf dit moment kunnen koperbespuitingen nuttig zijn. Koper is als zwaar metaal erg nadelig voor de regenwormen.

Later in het seizoen (juni) groeit de boom door de aantasting heen. De boom kan in de voorafgaande periode echter ernstig verzwakken, zeker als de ziekte gepaard gaat met een overvloedige vruchtzetting. Hierdoor kan de vitaliteit van de boom jaar na jaar afnemen en kan de boom er steeds meer moeite mee krijgen om door de aantasting heen te groeien. De boom kan uiteindelijk een kwijnend bestaan gaan leiden en kan zelfs afsterven. De krulziekte is er de belangrijkste oorzaak van dat de perzik in particuliere tuinen weinig voorkomt.

De ziekte is te beheersbaar door aangetaste bladeren te plukken voordat het witte dons verschijnt. De bladeren wel afvoereen, dus niet op de composthoop. Probeer de boom goed in conditie te houden door onder andere een compostgift in het zeer vroege voorjaar en eventueel een kalkgift in het najaar. Het is ook mogelijk om de ziekte te bestrijden door te spuiten met spuitzwavel. Eind januari als de knoppen groen worden spuiten en dit twee keer herhalen om de 7 dagen. Spuit vanaf eind maart wekelijks tot het moment waarop de bladeren zijn volgroeid. Een warme beschutte standplaats geeft ook minder kans op krulziekte.

De krulziekte kan chemisch worden bestreden door middel van een bespuiting met bepaalde fungiciden (schimmelbestrijdingsmiddelen). De bespuiting moet plaatsvinden op het moment dat de knoppen gaan schuiven (eind februari). Bij een hevige aantasting in het voorafgaande jaar moet de bespuiting vervolgens worden herhaald met een interval van ongeveer twee weken, tot omstreeks de bloeiperiode. Tijdens de bloei kan beter niet worden gespoten. Beginnen met spuiten als de ziekte al wordt waargenomen heeft weinig zin. Van de sommige fungiciden is bekend dat ze werkzaam zijn tegen de krulziekte op basis van koper (zoals koperoxychloride en Bordeauxse pap). Een aftreksels van heermoes heeft ook een plantversterkend effect.

De krulziekte is er de belangrijkste oorzaak van dat de perzik in particuliere tuinen weinig voorkomt. Weinig gevoelige perzikrassen zijn: Reine des Vergers, Revita en Avalon Pride.

Loodglans (Chondrostereum purpureum)
Loodglansziekte komt hoofdzakelijk voor bij steenvruchten, maar ook soms ook op appel en peer. Bladeren van de geïnfecteerde bomen krijgen een melkachtige, grijsgroene glans, die veel op die van lood lijkt. Het aangetaste blad voelt hard aan en is stijf en bros. De takken blijken bij doorsnijden bruin tot violet verkleurd te zijn.
Bij vochtig en warm weer kunnen zich op de takken de paarse vruchtlichamen ontwikkelen, die echter pas in de herfst en de winter hun sporen verliezen. De verwekker van loodglans is de paarse korstzwam (loodglanszwam) een wondparasiet.
Gezond en gaaf hout wordt niet geïnfecteerd. De zwam kan ook leven op gesnoeid en dood hout waardoor altijd het snoeihout verwijdert dient te worden.

Aangetaste takken moeten worden afgezaagd en verbrand. Is tevens de stam aangetast dan moet de gehele boom worden gerooid. Genezen zal de boom zeker niet. Takken met loodglans direct eruit halen anders heeft binnen 1 week de hele boom het. Rond juli treed loodglans het vaakst op.

De loodglans ziekte dient preventief te worden bestreden. Daarvoor is het nodig dat steenvruchten bij voorkeur direct na de oogst hun wintersnoei krijgen, de snoeiwonden groeien dan gemakkelijk dicht zodat de kans op aantasting kleiner wordt. Zorg er ook voor dat de bomen goed kunnen groeien. Dit kun je bereiken met een goede bodemstructuur en een gezonde waterhuishouding.

Meeldauw (Echte Meeldauw Podosphaera leucotricha)
Meeldauw komt veel voor op appels, maar ook wel op peren, slechts zelden op pruim of kers.
In het voorjaar krijgen de scheuten in de toppen van de kroon gekrulde bladeren, waarop een sterk wit bepoederd laagje voorkomt. Dit laagje bestaat uit zwamdraden en vruchtlichamen van de meeldauwschimmel. De boosdoener is de schimmel Podosphaera leucotricha, de aantasting tijdens de actieve groei periode.

Een strenge vorst in het voorjaar kan vertraging geven van de uit overwintering komende meeldauw. Meeldauw overwintert in de eindknoppen, bij het uitlopen komt de schimmel mee in de eerst gevormde groende delen. Verspreiding vind dan direct plaats.

Het aangetaste gekrulde en verdort blad valt voortijdig af. Ook als bloesems zijn aangetast ontwikkelen zich geen vruchten. De zwam dringt de in de zomer gegroeide knoppen binnen en overwintert daar, om het volgend voorjaar opnieuw scheuten te besmetten. Gunstige weersomstandigheden, voor de ontwikkeling van deze schimmel, zijn warme, droge periodes met een relatieve vochtigheid (RV) tussen de 40 en 95 procent met een beetje wind erbij.

Het voorkomen van aantastingen kan gebeuren door in de winter besmette (eind)knoppen, de muizenoortjes, te verwijderen. Ook zullen in het voorjaar en de zomer de bomen geïnspecteerd moeten worden op symptomen. Aangetaste scheuten en / of bloemen, die uitgroeien als meeldauwpluimen, worden regelmatig verwijderd. Op deze manier wordt de natuurlijke cyclus doorbroken en neem je het merendeel van de besmetting weg.

Silinal is een effectief middel tegen meeldauw gebaseerd op waterglas. Waterglas is een mengsel van zouten en silicium (zand). De werking is tweeledig: de zouten bestrijden meeldauw en het silicium zorgt voor een beschermendelaag op het blad, waardoor de schimmel niet meer binnen kan dringen.
Spuitzwavel is ook een uitstekend middel van natuurlijke oorsprong en kan toegepast worden om op natuurlijke wijze gewassen tegen meeldauw te beschermen.

Paarse korstzwam (Chondrostereum purpureum)
Dit is in de fruitteelt een zeer gevreesde paddenstoel. Het is een parasitaire soort, dat zich voedt met levend weefsel. De paarse korstzwam doet veel kwaad bij steenvruchten. Deze is de veroorzaker van de loodglansziekte. Vooral bij warm en vochtig weer kunnen de kleine paddenstoeltjes zich op de aangetaste takken ontwikkelen.
De kans op infectie wordt sterk verminderd door een goed wondbehandeling en een goede ontwatering. De soort lijkt op een elfenbankje, maar is paars en aan de rand wit gekleurd. De randen zijn golvend en wit donzig behaard. De onderzijde is glad, donkerbruin of bruin-violet tot bruin. De paddenstoel wordt carpophores genoemd en wordt in de herfst gevormd bij een hoge relatieve luchtvochtigheid met veel regen, mist of dauw en een temperatuur van 10 ºC. Hieruit ontstaan de basidiosporen, die bij infectie via wonden loodglans veroorzaken. Zo genoemd omdat de bladeren een loodachtige kleur krijgen als de schimmel de boom heeft aangetast..

Perenroest (Gymnosporangium fuscum) ook wel Perenpok
Op zich zelf is perenroest niet schadelijk voor de boom. Een enkel blaadje met een paar oranje, rode vlekken kan niet veel kwaad. Maar er zal wel degelijk een verzwakking van de boom optreden, als er jaar na jaar een flink gedeelte van de bladeren wordt aangetast en door het omvangrijke verlies aan bladgroen de stofwisseling wordt belemmerd. Bovendien kunnen er bij een sterke besmetting ook galachtige woekeringen op de stam ontstaan, die de boom nog verder verzwakken. Dat de opbrengst van zo'n zwaar zieke boom sterk zal teruglopen, ligt voor de hand. De besmetting kan zelfs zo ver gaan, dat er ook op de peren rode vlekken met wratachtige gallen ontstaan. We krijgen dan weinig aantrekkelijk uitziende, "verroeste peren". We kunnen natuurlijk proberen alle aangetaste blaadjes in een vroeg stadium weg te plukken. Weliswaar voorkomen we daarmee, dat er zich in de roestzwammetjes sporen kunnen ontwikkelen, die door de wind over de omgeving worden verspreid, maar het echte kwaad wordt zo niet bestreden.

De sporen die de perenbladeren aantasten zijn niet afkomstig van de perenboom zelf, maar van een jeneverbes. Het gaat daarbij niet om de inheemse Jeneverbes, maar om soorten, die oorspronkelijk uit het warmere Zuid-Europa afkomstig zijn en bij ons, samen met enkele verwante soorten, in tuinen en parken worden aangeplant, zoals Juniperus chinensis, J. virginiana en J. sabina met verwanten en dan vooral de platte vorm. Controleer de waardplanten in januari. Controleer vooral de takken of daar de veroorzaker is te vinden. Je kunt dat zien aan de slijmachtige bruine massa die in deze conifeer zit


Zodra de bloemknoppen gaat schuiven (uitlopen) een 1e bespuiting uitvoeren met spuitzwavel. Dit middel is niet schadelijk voor mens en dier, het is een zwavel product. Dit herhaalt u 3x om de 14 dagen. Niet spuiten tijdens de volle bloei, maar na de bloei als de bloemblaadjes zijn gevallen. Spuit het middel bij droog en zonnig weer, als er geen regen wordt verwacht. Gebruik de hoogste concentratie die is aan gegeven op de verpakking. Met deze wijze van bestrijding kunt u de perenpokziekte voor een groot deel voorkomen. De perenpokziekte moet preventief worden bestreden. Spuiten als de oranje vlekken al zichtbaar zijn op de bladeren heeft weinig zin.

Schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa)
Dit is in de fruitteelt een zeer gevreesde paddenstoel. Het is een parasitaire soort, dat zich voedt met levend weefsel. Een typische wondparasiet. Infectie treedt op via niet of slecht verzorgde wonden.
De kans op infectie wordt sterk verminderd door een goed wondbehandeling en een goede ontwatering. De 4-10 cm brede hoed is in de jeugd bol, maar is later uitgespreid. De hoed en de steel zijn lichtgeel tot roestbruin en bezet met bruine schubben. De gelige tot roestbruine lamellen staan dicht opeen. De steel is overal even dik. Het gelige vlees heeft een opvallende geur van radijs..

Schurft op appel (Venturia inaequalis), op peer (Venturia pirina)
De appel heeft veel last van blad- en takschurft, waardoor vroegtijdige bladval en vruchtverruwing kan optreden. Schurft kan de plant pas aantasten als het blad voldoende lang nat is, de zogenaamde bladnatperiode. Dit komt doordat de vrijgekomen schimmelsporen voor het kiemen voldoende vocht nodig hebben.

De schurftschimmel overwintert op afgevallen bladeren en bij takschurft op de takken. De wintersporen worden in het voorjaar, bij regen of dauw en bij een bepaalde temperatuur uit de vruchtlichamen gestoten en kunnen door de wind over grote afstanden worden vervoerd. Komen deze sporen op jonge groene plantdelen dan zetten ze zich daarop vast. Bij een bepaalde temperatuur en vochtigheid gaan deze sporen ontkiemen en dringen het blad, tak of vruchtweefsel binnen. Uit de gevormde zwarte plekken komen later de zomersporen die vooral door neerslag van blad tot blad of van vrucht tot vrucht gebracht worden.

Shurft op appel is herkenbaar aan het voorkomen van kleine, zwarte vlekjes die zich al vertonen als de bladeren zich in het voorjaar nog niet geheel hebben ontvouwen. Op de appel bevinden deze plekjes zich meestal aan de bovenzijde van het blad, bij de peer op de onderzijde.
De vlekjes worden na verloop van tijd groter, sluiten zich aaneen en er ontstaan bobbelige bladeren, die niet meer groeien. De aangetaste plekjes voelen hard aan.

Op de takken en twijgen kunnen kleine blaartjes ontstaan die later openspringen. De plek wordt hard en korstig en het takje krijgt hierdoor een ruw en schurftig uiterlijk. De twijgen van de appel sterven zelden af tengevolge van een schurftaantasting. De twijgen van peren daarentegen wel.
Door het vaak in zijn geheel afsterven van de jonge scheuten kan de boom niet tot bloei en dus tot vruchtzetting komen.

De beste manier om ernstige aantastingen te voorkomen is het aanplanten van resistente rassen. Door het goed openhouden van de kroon is schurft hooguit te beperken doordat wind en zon volop de ruimte hebben om de boom gezond te houden. Op de afgevallen bladeren ontwikkelen zich de wintersporen het is daarom van groot belang om de afgevallen bladeren te ruimen. Rond februari kalkstikstof (Perlka 200 - 500gr per boom) strooien behoort ook tot de mogelijkheden. Dit zorgt namelijk voor versnelde afbraak van de gevallen bladeren.
Takken en twijgen die aangetast zijn door de schurftsporen zorgvuldig wegsnoeien.

Bij peren kan men, als de eerste infecteerbare delen tevoorschijn komen, de bomen met spuitzwavel behandelen. Takschurft is bij peren de voornaamste oorzaak van schurftaantasting later in het seizoen op de vrucht. Gevoelige rassen zijn de Super Trévoux en Clapp`s Favourite.

Tonderzwam (Ganoderma lipsiense)
Tonderzwam komt vooral voor op oude pruimen bomen en op sierprunissen. Het betekend dat door de ouderdom de boom stervende is. Dit soort bomen worden niet meer gesnoeid, vaak sterven deze bomen door deze schimmel binnen 5 jaar. Er is geen middel voor verkrijgbaar ook een besmette tak verwijderen helpt niet. De gehele boom is aangetast en de enigste keuze die je maakt is de boom opruimen of gewoon laten afsterven. Dit verschijnsel doet zich vaak voor bij pruimen of prunissen die ouder dan 20 jaar zijn.

Deze zwam ontstaat vaak op een snoeiwond of een afgebroken tak. Het kwaad zit eigenlijk veel dieper in de tak/boom want daar zit het Mycelium van de zwam die de vaatbundels van de boom verstoppen. Hierdoor vindt er in de boom een verstoorde voedsel voorziening vanuit de boom plaats, waardoor de boom alsmaar verzwakt en uiteindelijk sterft.

Van de tonderzwam zijn er vele soorten en ze kunnen ook op appelbomen verschijnen. Je kunt misschien proberen om de plek van de zwam zo goed mogelijk weg te halen en deze met wondbalsem in te smeren. Met een beetje geluk kun je de boom zo redden. Het spreekt het bovenstaande eigenlijk tegen maar is het proberen zeker waard.

Is het een bijzondere boom dan kan men proberen van het nog gezonde hout enthout te nemen.

Vruchtboomkanker (Nectria galligena)
Vruchtboomkanker is een schimmelziekte waarbij de cellen doodgaan en de sapstromen vanaf die plek tegenhouden. De rest van de tak of boom zal daardoor afsterven. Ook de vruchten kunnen worden aangetast, wat neusrot wordt genoemd.

De ziekte wordt veroorzaakt door het bloedkankermeniezwammetje, zie de rode vruchtlichamen (puntjes) op de foto,  een schimmel die behoort tot de Sordariomycetes. Deze schimmel is een zogenaamde wondparasiet, die niet door de gezonde bast dringt, maar beschadigde of gewonde bomen aantast. Met name stevige hagelbuien kunnen hierdoor indirect grote schade veroorzaken.

Vruchtboomkanker is een van de meest verwoestende en daardoor ook gevreesde ziekten van de appel. Peren hebben er over het algemeen veel minder last van.
De ziekte manifesteert zich door het verschijnen van ingezonken plekken op de takken, die eerst dof en grijsbruin van kleur zijn. Later schilfert de bast daar af. Doordat de boom tracht de wondplek te overgroeien ontstaat langs de randen van de wond walvormige weefsel maar meestal gelukt dit onvoldoende. Daardoor kan de zwam zich verder uitbreiden en ontstaan na verloop van tijd grotere open wonden. Ook de bladeren vergelen en vallen af. Zodra de tak door de schimmel is geringd sterft deze.

De schimmel wordt onder andere verspreid door de appelbloedluis (Eriosoma lanigerum). Deze wordt weer gegeten door de oorworm en geparasiteerd door de sluipwesp (Aphidius colemani) en de galmug (Aphidoletes aphidimyza). Deze laatste twee insecten (oorwormen eten ook plantendelen) worden ingezet ter bestrijding, maar ook wondbehandeling kan uitkomst bieden.

De aantasting ontstaat via wonden. Als gevolg van vorstspleetjes in onvoldoende uitgerijpte twijgen zijn in het voorjaar talrijke dode scheuten te zien. Op beschadigde plekken, als gevolg van het snoeien, afbreken van takken, schurende takken of door insectenbeschadiging, veranderen de wonden bij onvoldoende verzorging in kankerplekken.
Bestrijding vindt plaats door de verkleurde ingezonken plekken zorgvuldig tot op het gezonde hout weg te snijden. Grote wonden worden uitgezaagd. Dit dient te gebeuren voor de maanden november en december. Ook takken met topkanker dienen voor deze periode verwijderd te worden. Een goede PH waarde geeft minder last op vruchtboomkanker.
De kankersporen verspreiden zich vooral in de eerste wintermaanden, het is daarom aan te raden gevoelige rassen niet te snoeien in de gevaarlijke maanden november en december.

In het jaar 2016 was er sprake van een grote kankerdruk door de lange, natte en koele zomer. Zorg ook daarom voor een goede ontwatering van natte percelen. Dat kan doormiddel van drainage of met een grondboor enkele diepe gaten boren en deze vullen met grind. Het water zal daardoor gemakkelijker afvloeien.

Witziekte
Deze ziekte komt voor op allerlei planten, bij appel zijn de bladeren witbepoederd, misvormd en verdrogen later. Ook aangetaste scheuten sterven af. Infectie van jonge appelen geven netwerkvormige kurkstrepen. De primaire infectie overwintert meestal in de eindknoppen van de nieuwe scheuten. Zodra de knoppen uitlopen hervat de schimmel zijn activiteiten en verspreidt een groot aantal sporen. Bij gunstige weersomstandigheden, 20°C en droog blad, gaan ze kiemen op bladeren, scheuten en geven aanleiding tot nieuwe besmettingsbronnen. Deze nieuwe besmettingsbronnen (secundaire infectie) gaan de nieuw gevormde knoppen aantasten. De aangetaste eindknoppen zijn niet goed gesloten. Bestrijding door wegsnoeien van aangetaste toppen, de groeikracht bevorderen en bij bij ernstige aantasting preventief om de 7 dagen vanaf maart/begin april tot midden juni spuitzwavel of knoflook toepassen.

Zadelzwam (Polyporus squamosus)
Dit is in de fruitteelt een zeer gevreesde paddenstoel. Het is een parasitaire soort, dat zich voedt met levend weefsel. Een typische wondparasiet. Infectie treedt op via niet of slecht verzorgde wonden.
De kans op infectie wordt sterk verminderd door een goed wondbehandeling en een goede ontwatering. De hoed heeft een doorsnede van 13-50 cm en is waaiervormig. Hij is geelbruinachtig met concentrische ringen van bruine schubben.

 

Zwartvruchtrot (Stemphylium vesicarium)
Zwartvruchtrot kan zowel het blad als de vrucht van de peer aantasten, het is een typische perenziekte. De schimmel overleeft op het afgevallen aangetaste blad en kan goed overwinteren. Op het afgevallen blad worden vruchtlichamen gevormd die ascosporen uitstoten.
Al vroeg in het seizoen zo rond februari worden rijpe ascosporen gevonden. Uit deze ascosporen worden de conidiën (sporen) uitgestoten. Deze periode loopt tot eind mei. De eerste symptomen van zwartvruchtrot worden eind juni – begin juli zichtbaar.

Het is een schimmelziekte die pas in 1997 voor het eerst door de Plantenziektekundige Dienst is vastgesteld. In Italië en Spanje komt de ziekte al meer dan 25 jaar voor op peer.

Aantasting van zwartvruchtrot op de bladeren is te herkennen aan
donkerbruine, bijna zwarte vlekken op de bladeren die beginnen met een klein rond zwart vlekje die uitgroeien tot een typische V-vorm. De hoofdnerf van het blad is vaak zwart. Bladeren verkleuren tenslotte geheel zwart en vallen af tijdens het groeiseizoen. Vooral de oudere bladeren laten de symptomen het beste zien.


Op de vruchten ziet aantasting door zwartvruchtrot er uit als één of meer ingezonken, zwarte plekken. Deze plekken rotten vervolgens verder, waardoor uiteindelijk de gehele vrucht wegrot. Ook in en na bewaring gaat de ontwikkeling van zwartvruchtrot verder. In de praktijk kunnen aantastingspercentages voorkomen van meer dan 50 %. De rassen Conference en Doyenné du Comice zijn het meest gevoelig.

Zwartvruchtrot kan zich in het gewas sterk uitbreiden bij gunstige weersomstandigheden, dat wil zeggen een lange bladnatperiode in combinatie met hogere temperaturen. In de praktijk komt dat overeen met warm en broeierig weer.

De meest effectieve periode om Zwartvruchtrot, maar ook dode knoppen te bestrijden is vanaf half mei tot half juni. Het versnipperen van het afgevallen blad zorgt voor een snellere bladvertering en mogelijk voor een lagere aantasting. Wanneer aantasting in een perceel voorkomt, is het raadzaam aangetaste vruchten uit het perceel te verwijderen.

 

Zwavelzwam (Polyporus sulphureus)
De meest voorkomende houtzwam op fruitbomen is de Zwavelzwam (Polyporus sulphureus), die wel eens op oude pruimen, kersen en tamme kastanjes te zien is. De zwam maakt in tegenstelling tot andere houtzwammen eenjarige vruchtlichamen: gele, half ronde zwammen die meestal dakpansgewijs op de bast of op bovengrondse worteldelen voorkomen. De randen zijn stomp en golvend. De bovenzijde is zeemleerachtig citroengeel of geeloranje, later verkleurend naar bijna wit.
In de winter kun je ze aantreffen als witte brosse paddenstoelen. Zit er een zwavelzwam op de bast van een fruitboom, maar zijn er geen zichtbare holtes aanwezig dan is kappen niet nodig.
De zwavelzwam is overigens wel bij eiken zeer gevaarlijk, het is een van de weinige zwammen die een eik zo onstabiel maakt. dat ze snel gevoelig wordt voor windworp.

 
Adverteren

Bezoekers

We hebben 120 gasten online